De stilte.
Je draagt ze als deken.
Ze houdt je warm,
tot 's ochtends de zon je ogen vindt.
De dag doet honger en dorst verslaan.
Z'n vloed likt je tenen.
Elkaar vleiend, hand in hand,
ons de zinnen strelend.
Ik bouw m'n huis op je erf,
zodat je rondom me woont.
Grazend aan je lippen
is 't de ziel die zich ontbloot.
Waar ogen sluiten, openen de handen.
Waar je bloed stroomt, ruist het verlangen.
Waar je stappen staan, veegt de branding.
De stilte,
ze ademt met ons mee,
onzichtbaar omarmend,
behuist ze ons prieel.
RV39
Populaire berichten
woensdag 5 oktober 2011
maandag 3 oktober 2011
Celine
Je blik vervloeit.
Het zoute van je tranen,
je ziet ze van dichterbij dan ikzelf.
In hun vloeiend zwoegen willen ze smeken gaan
tot het geluk hen vervoegt.
De wegen van het leven
hebben je eruit geleid.
Wat begon als smekend wenen
heeft je nooit verblijd.
Je blik óvervloeit,
hult zich in satijnen gewaden.
Waar we voorheen hebben gezongen en gezworen
kan enkel de doodse stilte ons nog bekoren.
RV39
Het zoute van je tranen,
je ziet ze van dichterbij dan ikzelf.
In hun vloeiend zwoegen willen ze smeken gaan
tot het geluk hen vervoegt.
De wegen van het leven
hebben je eruit geleid.
Wat begon als smekend wenen
heeft je nooit verblijd.
Je blik óvervloeit,
hult zich in satijnen gewaden.
Waar we voorheen hebben gezongen en gezworen
kan enkel de doodse stilte ons nog bekoren.
RV39
Je woorden
Je draagt je leed als een pels,
de omgeving van je afborstelend.
Onder hetgeen je me vertelt
verstar ik, je woorden hebben me bedolven.
Met je scheppen wordt in mij de vlucht geschapen.
Het niet willen zijn is waarin we beiden slapen.
RV39
de omgeving van je afborstelend.
Onder hetgeen je me vertelt
verstar ik, je woorden hebben me bedolven.
Met je scheppen wordt in mij de vlucht geschapen.
Het niet willen zijn is waarin we beiden slapen.
RV39
Abonneren op:
Reacties (Atom)