Populaire berichten

maandag 5 november 2012

Hard water.

De wagen duwt z'n trekker niet.
De sleep veegt geen land.
De hardheid van het water
schuurt de zwakke hand.

Ook morgen scheert de zon ons kaal,
plukt de wind onze vruchten.
De doe-al zal ten onder gaan
in z'n luie zittend zuchten.

Rust niet, teler van de akker,
wroet in uw aardse zijn.
Speel met de borsten van Moeder Natuur,
haar melkzuur is je zwijm.

Zie, je botert aan,
de etterende cyste waarin je bewaart.
Het lachen zal voor later zijn.
Een bulderende kroost zonder venijn.

De wagen duwt z'n trekker niet.
De sleep veegt geen land.
Jij bent het ontharde water
druppend vleiend in het bad van m'n hand.

RV39

dinsdag 30 oktober 2012

Land van hier

De ochtend brengt wel vaker raad.
Het openen van de ogen.
Ik werp wederom de verstikkende deken,
slorp de hitte naar m'n aderen.

De maagd onder m'n balkon,
glazuren huid, rozig in het ochtendlicht.
Haar zucht is m'n naam.
Haar tucht haar faam.

We keuvelen naar de middag,
voeden elkaar onze woorden.
Ik lepel haar de schoonheid toe,
zij mij de vreugde van haar gloed.

We luieren de dag in slaap,
vleien ons in een welterusten.
M'n adem waait in jou.
Het leven waaraan ik je houd.

Land van hier, berg me op,
Sleep me weg vanop je wrokkige kusten.
Het zand glijdt doorheen m'n bedelende hand,
over m'n klauwig lichaam dat eindelijk zal rusten.


RV39

donderdag 4 oktober 2012

Kaarslicht

In de schelp van je handen
te rusten, de bescherming van hun omranden.
Ik, de nachtvlinder, zoek het kaarslicht
alwaar m'n dwalen weg kan branden.

Neergestreken over je palmen
zal m'n gefluister je omarmen
als de bries in z'n effenen van de lucht
bevriezen m'n woorden in een zucht

Van jou zal ik niet wijken
zolang je ogen me hun kaarslicht reiken.

RV39

zaterdag 29 september 2012

Hoog van de toren

Deze tuin met z'n verwilderde ogen
huilt z'n gouden regen over m'n kassen.
Een omarming als de golf
die me zwelgend, brekend af gaat tasten.

De rust druist in deze avond
de aardse rust die de krekels draagt.

In deze droom neem ik je mee
Ik wandel je doorheen het dun uitgestrooide licht
als over rozenblaadjes die ons in deze huwelijksnacht
op weg naar het altaar vergezellen.

Jouw hand in de mijne
huid om huid
huid over huid
Woorden spreken je ogen uit.

Ik weet nog exact wat je me vertelde,
ginds, fluisterend met de avondbries
Ik week uit de standvastigheid
Toen je me er hoog van de toren blies.

RV39

(het blazen is een hulde aan John van Maureen)

vrijdag 28 september 2012

Herfstblad

Hoe breekbaar ik in haar hand lag,
als een dor herfstblad te kreunen, steunen
knisperend wachtend op het vernietigende geknijp .
De levenslijn aftastend, de weg naar het eind.

Haar huilen heeft het najaar ingezet.
De tranen hebben de zonnewarmte gedrenkt.
Als stuiptrekkingen, zo delen we nog het bed
de ogen dof, het glas dat weemoed schenkt.

Toch, m'n hart neemt steeds de vlucht naar het hare
het zingt in vele toonaarden
Haar schoonheid huist nog steeds onderhuids,
de liefde waar we ons beiden in schaarden.

Nooit zal ik smeken gaan
nimmer zal ik knielen,
want waar warmte in zachtheid heerst
tiert welig het bezielen.

RV39

donderdag 5 juli 2012

De jaren

De jaren vergaren het stof op m'n jas,
gestreken de zorgenrimpels toedekkend.
Ik vlei me bij jou,
ik speel met de tijd.

Je verliezen zou schreeuwen zijn,
je betekent de rust in mij.

Je spoor leidt me de dag uit,
zingend aan je hals
reikend naar dat nest
waar m'n kin in past.

De jaren vergaren het stof op m'n jas,
zodat je afdruk zichtbaar wordt.
Ik ken je verhaal,
ik heel nu de tijd.

Je vergeten zou zondig zijn,
je betekent de eeuwigheid.

Je druppelt de regen uit,
schuilt onder m'n balkon
je serenade weerklinkt
onder de weerkerende zon.

RV39

donderdag 21 juni 2012

Verloren in vertrouwen

Je baadt in de azuren
z'n strelen, jouw kuren
het vergeten behang van je jeugd,
het druipt je ogen uit

Ik neem je bij de hand,
bewandel je hart
voed je sporen
Je schoonheid laat bekoren

Ik bewonder je, wonder
m'n bloed stroomt in jou
m'n zijn is m'n vermoeden
onder je vleugels te toeven

Genegen zijt gij
de vrucht der vrouwen
beschreven in een zucht
ben ik verloren in vertrouwen


RV39

maandag 11 juni 2012

Jou zijn


Het glooien van het liefdesvuur
laait je ogen op.
Hun waaiend branden
versmelt ons beider handen.

bij jou zijn
bij jou is zijn

Vergeef me deze schuld
de onschuld te verankeren.
Ik drink je als de dorst,
verzacht ons in geduld.

bij jou zijn
bij jou is zijn

De dag brengt meer van je,
bezorgt de hemel z'n kleur.
Ik breng je wat ik delven kan,
breng je de maans rozengeur.

bij jou zijn
is zijn
bij jou


RV39

vrijdag 20 april 2012

Dansen

Met gesloten ogen om je heen dansen.
Op een dag zonder morgen.

Ochtend.

De wind slaat m'n haren.
De geseling van de kater.
Negen levens opgeklopt tot een luchtkasteel.
M'n gedachten zijn conserven die niet bewaren.

Ik verhuil mezelf
met jouw tranen.
Verbleek in de zon.
Vertel zonder verhalen.

Je neemt me af wat ik niet bezit.
Geeft m'n slaap z'n dromen.
Je geeft m'n gebed z'n gezang.
geeft deze waas het hopen.

Uit m'n handendal kom je geslopen.
Strelend in je ontstaan.

Met gesloten ogen om je heen dansen.
Op een dag zonder morgen.
Je laat lachen, je glimmen blijft verborgen.

RV39

maandag 16 april 2012

Gestrand

Je stem, verguld van je woorden
zong me naar je klippen.
In de branding liet ik ze kolken.
Hun tonen toonden me je wolken.

Eens gestrand blies ik m'n laatste adem.
Nooit zou ik nog van je zijde waden.


RV39

zondag 25 maart 2012

Verlangen.

Met m'n ogen openen zich de handen.
Bedelend naar de dag.
M'n bloed stroomt naar later.
De strijd terug in de nacht te belanden.

Het venster toont je vluchtende blik.
Je haren druipen van de ruit.
De wind waait je buiten z'n kader.
Je bent 's werelds kostbaarste bezit.

Ik draai de handen om,
zwaai je stappen na.
wroetend doorheen deze leegte,
ben ik het die telkens slapend ga.

RV39

zondag 18 maart 2012

Verloren tijd

De jaren verslaan.
Kennis nemend van de onwetenden.
Wie voedt hen?
Wie laat hen verstaan?
Wat niet deert kent geen bestaan.

Verloren liggen is standvastigheid,
bekoren de eeuwigheid.
Ik durf niet langer te lezen
wat je ogen me schreven.
De tijd bevrijdt.

Je bent m'n verre reis,
de verf op m'n schilderij.
Je spreekt door wat ik schrijf.
Mooi zijn is je kunst,
een gunst die me verleidt.

RV39

vrijdag 10 februari 2012

Onze eeuwigheid

Ik kuste je waar de horizon je ooghoek raakt
de last van de dag gaf ik aan je traan.
Je las het schrift van m'n hart.
Je dronk de verzen, gaf ze een naam.

Woordenloos omhelzend, de handen schrijvend,
onze hartslag werd de tijd.
De stilte bloeide met onze liefde.
Ze vernielde onze eeuwigheid.

RV39