De jaren verslaan.
Kennis nemend van de onwetenden.
Wie voedt hen?
Wie laat hen verstaan?
Wat niet deert kent geen bestaan.
Verloren liggen is standvastigheid,
bekoren de eeuwigheid.
Ik durf niet langer te lezen
wat je ogen me schreven.
De tijd bevrijdt.
Je bent m'n verre reis,
de verf op m'n schilderij.
Je spreekt door wat ik schrijf.
Mooi zijn is je kunst,
een gunst die me verleidt.
RV39