Dirk. De rode draad van jouw leven is een web.
Het hangt breed uitgesponnen over alle windstreken.
Jouw volgen was soms een ware queeste.
Elke rimpel van de wereld heb je met jouw vrede gestreken.
Vaak vloog je door je dagen. Je leefde om te beleven,
maar vooral om aan iedereen te geven.
Vriend. Sterk met je armen om ons heen.
We rolden over de grond met jouw bulderlach.
Nagalmend om de grap die je vaak zelf vergat.
Bij jou had welkom een stoel. Bij jou was het goed.
We dragen het brons uit je woorden - dat wat niet vergaat - op de lippen.
De woorden die we van jou hoorden, spreken we graag.
Man. Jouw liefde was lang. Een leven lang.
En slank. Ze sloop doorheen mijn aderen.
Jouw handen waren warme wanten. Onze vingers werden verwanten.
Je was lief in trouw en trouw en lief. Je hebt mijn acht vette jaren opgedirkt.
We hebben dag na dag samen de wereld vergaard.
Onze reizen brachten ons overal, maar steeds weer bij elkaar.
Vader. We leefden in jouw adem. Onder jouw rijke woordenvloed.
Als een herder heb je ons van honger, dorst en gevaar behoed.
We genoten van je vreugde, de glans van jouw lach.
In de donkere dagen heb je steeds het licht teruggebracht.
Als ridders streden we dan. Zij aan zij. Winnen bestond niet,
maar altijd knielde 'ik' voor 'wij'. We delen jouw vreugde, jouw kracht.
Dank je voor jouw dagen. Jouw vragen.
Je wilde steeds weten wat we wensten en droomden.
Hoe het met ons ging. Hoe we er zo goed uitzagen.
Je stond klaar voor wie er nood aan had.
Jij ziet er goed uit, Dirk. Besproken in onze mooiste woorden.
Als een wakende ster in de helderste nacht over onze mooiste dromen.
RV39