Ik kuste je waar de horizon je ooghoek raakt
de last van de dag gaf ik aan je traan.
Je las het schrift van m'n hart.
Je dronk de verzen, gaf ze een naam.
Woordenloos omhelzend, de handen schrijvend,
onze hartslag werd de tijd.
De stilte bloeide met onze liefde.
Ze vernielde onze eeuwigheid.
RV39