We drijven op elkaar. Wolken houden de wacht.
Ik blaas zachtjes. Je woorden druipen.
We glijden over korrels die keien lijken.
Ons zandkasteel verzuipt met de nacht.
Ik ben de omgevallen, leeggelopen fles op
het tweede schap. Mijn rol is net dat niet te
doen. Niemand die graag scherven raapt.
Ik lig gewoon en slaap.
Je trekt het kruit uit je nagels,
tegen de ochtend, als je handen aan het werk gaan.
Ik houd van je vingers. Zonder hen
zouden je armen enkel slaan. Onze handen
klimmen in elkaar. Ik heb je grijpgraag.
Mijn hoofd rust in je kraag, waar ik lucht
van je krijg, waar ik bouw in de nestels van
je haar. Jouw hals maakt jouw fluisterwoorden
en die hoor ik traag. De ochtend maakt
dromen klaar.
RV39
Populaire berichten
dinsdag 4 augustus 2015
vrijdag 22 mei 2015
Ik draai de rug
Ik draai de rug naar wie me aansprak.
Ik grijp de woorden als een baby.
Ik neem ze stuntelig in de tang, zwaai ze om de oren.
Ik lig over de vloer gespreid. Te rug verloren.
Het kleed dat je draagt verliest z'n rafels in m'n handen.
Het is de stof die het bloed onder mijn nagels vaagt.
Je baant je weg, je laarzen die m'n voeten omranden.
Ik wandel met je mee omdat je 't zo lief vraagt.
Geef me niet.
Beleef m'n verdriet.
Maal m'n tanden.
De tijd liegt.
Ik speel met jou, jij kitten van plezier.
Ik aai, maai mijn armen door je haar.
Ik weet me blijf met jou. Ik houd je hier.
Ik draai de rug van je weg. Ik kus je klaar.
RV39
Ik grijp de woorden als een baby.
Ik neem ze stuntelig in de tang, zwaai ze om de oren.
Ik lig over de vloer gespreid. Te rug verloren.
Het kleed dat je draagt verliest z'n rafels in m'n handen.
Het is de stof die het bloed onder mijn nagels vaagt.
Je baant je weg, je laarzen die m'n voeten omranden.
Ik wandel met je mee omdat je 't zo lief vraagt.
Geef me niet.
Beleef m'n verdriet.
Maal m'n tanden.
De tijd liegt.
Ik speel met jou, jij kitten van plezier.
Ik aai, maai mijn armen door je haar.
Ik weet me blijf met jou. Ik houd je hier.
Ik draai de rug van je weg. Ik kus je klaar.
RV39
zondag 17 mei 2015
Een glas water
Een glas water. Meer vraag ik niet.
Helder. Het vergeet je verdriet.
Samen drinken spoelt onze wonden.
Samen bloeden maakt ons verbonden.
We sluipen samen door het woud.
Op jacht naar andere dagen.
Gegrond, de aarde ligt koud. Klevend.
Kille rovers die onze dromen dragen.
Ik heb het vinden van jou geleerd,
prinses die me grijnzend bereed.
We graven onder onze voeten naar meer.
Draaien de kluiten in ons kleed.
Een glas water blust onze brandende mond,
dompelt onze vragen,
verbleekt wat onze ogen donker maakt.
Met en in jou heb ik mijn dorst gelaafd.
RV39
Helder. Het vergeet je verdriet.
Samen drinken spoelt onze wonden.
Samen bloeden maakt ons verbonden.
We sluipen samen door het woud.
Op jacht naar andere dagen.
Gegrond, de aarde ligt koud. Klevend.
Kille rovers die onze dromen dragen.
Ik heb het vinden van jou geleerd,
prinses die me grijnzend bereed.
We graven onder onze voeten naar meer.
Draaien de kluiten in ons kleed.
Een glas water blust onze brandende mond,
dompelt onze vragen,
verbleekt wat onze ogen donker maakt.
Met en in jou heb ik mijn dorst gelaafd.
RV39
donderdag 14 mei 2015
Groeien
Heb ik je reeds verteld over de dagen van groeien?
Hoe groter ik leefde, bewoog, speelde,
hoe kleiner mijn woorden.
Ik groeide in mijn denken.
Snoeide met de kanker die m'n spreken doorboorde.
Spoedig ben je verloren. Spoedig leg je het leven
naast de afwasborstel in het naschuimende aanrecht.
Riekend naar vergeten vet en rommelige struiken.
Je sluipt naar de dood, pleegt voor onze ogen je eigen moord.
Toch is het gezellig.
Het is enig bij jou te zijn.
Brandweerman. Je blust je eigen hoop.
Delver van de put waarin je rusten moet.
Brancardier. Je draagt je dagen weg.
Brigadier, olifantenrijder, schrijver, eglantier.
Held van dit uur. In je zog de tranen van de menigte.
Ze schreeuwen om jou, plooien de rug in rouw.
Je gaf ons vragen om te eten en braakte die terug in ons leven.
Antwoorden als kolen groeiend, onmogelijk te verteren.
Jij die gaat, wij die je stappen tellen.
Vergeten plaatsen zijn er niet.
Je voeten planten de dauw op onze wimpers.
Onze gedachten strijken neer, verdorde vlinders.
We luisteren naar je reizen, je paradijs, je vertellen.
We wentelen om je graf. Kleven in het zand.
Druipen in de hooikoorts die je dodenkrans ons gaf.
De steen wordt stof en kruidt onze lach.
Het kruis heeft op je kruin zijn nest gebouwd,
Is je aan het bebroeden.
We vliegen onbehouwen verder, gebeeldhouwde herder.
Je blijft vervagend de afgebladderde kudde hoeden.
Het grazen is de vader van het nieuwe groeien.
RV39
Hoe groter ik leefde, bewoog, speelde,
hoe kleiner mijn woorden.
Ik groeide in mijn denken.
Snoeide met de kanker die m'n spreken doorboorde.
Spoedig ben je verloren. Spoedig leg je het leven
naast de afwasborstel in het naschuimende aanrecht.
Riekend naar vergeten vet en rommelige struiken.
Je sluipt naar de dood, pleegt voor onze ogen je eigen moord.
Toch is het gezellig.
Het is enig bij jou te zijn.
Brandweerman. Je blust je eigen hoop.
Delver van de put waarin je rusten moet.
Brancardier. Je draagt je dagen weg.
Brigadier, olifantenrijder, schrijver, eglantier.
Held van dit uur. In je zog de tranen van de menigte.
Ze schreeuwen om jou, plooien de rug in rouw.
Je gaf ons vragen om te eten en braakte die terug in ons leven.
Antwoorden als kolen groeiend, onmogelijk te verteren.
Jij die gaat, wij die je stappen tellen.
Vergeten plaatsen zijn er niet.
Je voeten planten de dauw op onze wimpers.
Onze gedachten strijken neer, verdorde vlinders.
We luisteren naar je reizen, je paradijs, je vertellen.
We wentelen om je graf. Kleven in het zand.
Druipen in de hooikoorts die je dodenkrans ons gaf.
De steen wordt stof en kruidt onze lach.
Het kruis heeft op je kruin zijn nest gebouwd,
Is je aan het bebroeden.
We vliegen onbehouwen verder, gebeeldhouwde herder.
Je blijft vervagend de afgebladderde kudde hoeden.
Het grazen is de vader van het nieuwe groeien.
RV39
woensdag 13 mei 2015
Jouw spreken
Je bent een tong met mooie woorden
die steeds in het avondzicht zachtjes aan m'n oren likt.
Je stem reikt z'n vingers, streelt me in het rond,
is de dag die plots zingen gaat.
Je stem is overal en nergens, een verloren god die zalft en slaat.
Ik drink
die steeds in het avondzicht zachtjes aan m'n oren likt.
Je stem reikt z'n vingers, streelt me in het rond,
is de dag die plots zingen gaat.
Je stem is overal en nergens, een verloren god die zalft en slaat.
Ik drink
Liefde is een meetlint
Ik kus je thuis. Onder de trap.
Het is op weg naar weg zijn.
Je bent lang. Een leven lang.
En slank. Je sluipt doorheen mijn aderen.
Ik neem je. Onder de loupe.
Ik wandel doorheen je poriƫn.
Vertoef op je huid. Zachtjes schuren.
Je woelt en ik voel.
Ik meet je op. Liefde is een meetlint.
We verstrengelen tot een kind.
Een nieuwe dag. Een kleine zon.
Je bent het licht dat om me ligt.
Ik lach om hoe het begon.
Ik kus je thuis. Onder de trap.
Het is op weg naar weg zijn.
Je bent lang. Een leven lang.
RV39
Het is op weg naar weg zijn.
Je bent lang. Een leven lang.
En slank. Je sluipt doorheen mijn aderen.
Ik neem je. Onder de loupe.
Ik wandel doorheen je poriƫn.
Vertoef op je huid. Zachtjes schuren.
Je woelt en ik voel.
Ik meet je op. Liefde is een meetlint.
We verstrengelen tot een kind.
Een nieuwe dag. Een kleine zon.
Je bent het licht dat om me ligt.
Ik lach om hoe het begon.
Ik kus je thuis. Onder de trap.
Het is op weg naar weg zijn.
Je bent lang. Een leven lang.
RV39
Abonneren op:
Reacties (Atom)