Ze danste zich bij me binnen.
Ik gaf het een kans.
In mij zweeft wat anders verloren gaat.
Ik wentel me in de nacht, om haar.
Zet me naast haar zachte zinnen.
We delen een hand,
waarin ons vuurtje laait.
Het stof op onze jas waait op.
Het verdwaalt in de zaal
tot het tegen de lamp verbrandt.
We geven wat we kunnen.
Geven in en om elkaar.
We spreken zonder te zeggen.
Onze blikken lachen vaak.
Leven is het gulle gunnen.
RV39
Populaire berichten
zaterdag 31 december 2016
donderdag 29 december 2016
Dichter, dichterbij.
De wandeling van gisteren
vriest nog aan mijn handen.
Ze kleeft haar adem op mij.
Zo dicht dat ik ze niet kan omarmen.
Dichter, dichterbij.
Op jacht naar slaap schiet ik een geeuw.
De kooi waarin de rust me bindt.
Gisteren waren we met twee.
Lachend van jij naar ik
en we speelden in de wind
die onze hartenwens toeblies.
Hij ruimde onze harten.
Op weg naar daar is nog steeds hier.
De prooi die een sluipweg vindt.
Een nieuwe dag bracht ons zijn licht.
Eerst aarzelend, het tekende ons, languit.
Vandaag spelen we niet mee.
De zweep klapt met ons dicht.
Dichter, dichterbij.
RV39
vriest nog aan mijn handen.
Ze kleeft haar adem op mij.
Zo dicht dat ik ze niet kan omarmen.
Dichter, dichterbij.
Op jacht naar slaap schiet ik een geeuw.
De kooi waarin de rust me bindt.
Gisteren waren we met twee.
Lachend van jij naar ik
en we speelden in de wind
die onze hartenwens toeblies.
Hij ruimde onze harten.
Op weg naar daar is nog steeds hier.
De prooi die een sluipweg vindt.
Een nieuwe dag bracht ons zijn licht.
Eerst aarzelend, het tekende ons, languit.
Vandaag spelen we niet mee.
De zweep klapt met ons dicht.
Dichter, dichterbij.
RV39
zaterdag 2 januari 2016
Dirk Kerckhof
Dirk. De rode draad van jouw leven is een web.
Het hangt breed uitgesponnen over alle windstreken.
Jouw volgen was soms een ware queeste.
Elke rimpel van de wereld heb je met jouw vrede gestreken.
Vaak vloog je door je dagen. Je leefde om te beleven,
maar vooral om aan iedereen te geven.
Vriend. Sterk met je armen om ons heen.
We rolden over de grond met jouw bulderlach.
Nagalmend om de grap die je vaak zelf vergat.
Bij jou had welkom een stoel. Bij jou was het goed.
We dragen het brons uit je woorden - dat wat niet vergaat - op de lippen.
De woorden die we van jou hoorden, spreken we graag.
Man. Jouw liefde was lang. Een leven lang.
En slank. Ze sloop doorheen mijn aderen.
Jouw handen waren warme wanten. Onze vingers werden verwanten.
Je was lief in trouw en trouw en lief. Je hebt mijn acht vette jaren opgedirkt.
We hebben dag na dag samen de wereld vergaard.
Onze reizen brachten ons overal, maar steeds weer bij elkaar.
Vader. We leefden in jouw adem. Onder jouw rijke woordenvloed.
Als een herder heb je ons van honger, dorst en gevaar behoed.
We genoten van je vreugde, de glans van jouw lach.
In de donkere dagen heb je steeds het licht teruggebracht.
Als ridders streden we dan. Zij aan zij. Winnen bestond niet,
maar altijd knielde 'ik' voor 'wij'. We delen jouw vreugde, jouw kracht.
Dank je voor jouw dagen. Jouw vragen.
Je wilde steeds weten wat we wensten en droomden.
Hoe het met ons ging. Hoe we er zo goed uitzagen.
Je stond klaar voor wie er nood aan had.
Jij ziet er goed uit, Dirk. Besproken in onze mooiste woorden.
Als een wakende ster in de helderste nacht over onze mooiste dromen.
RV39
Het hangt breed uitgesponnen over alle windstreken.
Jouw volgen was soms een ware queeste.
Elke rimpel van de wereld heb je met jouw vrede gestreken.
Vaak vloog je door je dagen. Je leefde om te beleven,
maar vooral om aan iedereen te geven.
Vriend. Sterk met je armen om ons heen.
We rolden over de grond met jouw bulderlach.
Nagalmend om de grap die je vaak zelf vergat.
Bij jou had welkom een stoel. Bij jou was het goed.
We dragen het brons uit je woorden - dat wat niet vergaat - op de lippen.
De woorden die we van jou hoorden, spreken we graag.
Man. Jouw liefde was lang. Een leven lang.
En slank. Ze sloop doorheen mijn aderen.
Jouw handen waren warme wanten. Onze vingers werden verwanten.
Je was lief in trouw en trouw en lief. Je hebt mijn acht vette jaren opgedirkt.
We hebben dag na dag samen de wereld vergaard.
Onze reizen brachten ons overal, maar steeds weer bij elkaar.
Vader. We leefden in jouw adem. Onder jouw rijke woordenvloed.
Als een herder heb je ons van honger, dorst en gevaar behoed.
We genoten van je vreugde, de glans van jouw lach.
In de donkere dagen heb je steeds het licht teruggebracht.
Als ridders streden we dan. Zij aan zij. Winnen bestond niet,
maar altijd knielde 'ik' voor 'wij'. We delen jouw vreugde, jouw kracht.
Dank je voor jouw dagen. Jouw vragen.
Je wilde steeds weten wat we wensten en droomden.
Hoe het met ons ging. Hoe we er zo goed uitzagen.
Je stond klaar voor wie er nood aan had.
Jij ziet er goed uit, Dirk. Besproken in onze mooiste woorden.
Als een wakende ster in de helderste nacht over onze mooiste dromen.
RV39
Abonneren op:
Reacties (Atom)