Ook na het afsterven van de bladeren
wil ik nog in je groene ogen kunnen kijken.
Een onversneden groente vol begrip.
Met hun puurheid laten ze hun verlangen blijken.
Ik verlaat m’n bad met het zelfontbrandende water,
droog me met de kalk omheen je lippen,
adem hun nevel, dep ze met m’n stem
en sleep me rillend naar de klippen.
Hier overzie ik m’n spijt
Hier berust ik in m’n zijn
Hier zing ik naar de branding van de tijd
Deze herfst heeft me koud gemaakt.
Ze streek me de kilte door de haren.
Daardoor heeft ze me vrij gemaakt.
Met haar grillen maakte ze me de hare.
Het is een tijd van zegevieren en verleiden.
Het buitmaken van het aardse goed.
Wie niet slaagt blijft ontdaan op de vlakte,
enkel vaag gedenkend: het leven in overvloed.
Daar ondergaat men de spot
Daar, in het slijk in de grot
Daar ligt men afgestoten door elke God
Straks zullen we op het gevallen bladerdek rusten gaan,
verenigd in het omhelzen onze adem warmend.
Alles wat ons niet is blijft buiten staan.
Harde tijden hebben hun charmes.
Ook na het afsterven van de bladeren
kijk ik in je groene ogen.
Een groente die me voedt met begrip.
Hun puurheid heeft me meegezogen.
RV39
01-09-2011
Populaire berichten
donderdag 1 september 2011
The winner takes it all
Aan de bar bij een koffie
en kijkt mij glazig, wazig
naar andere tafels waar
de kaarten verloren liggen
RV39
dinsdag 30 augustus 2011
Ongedwongen varen
De grootste berg beklom ik
om je van verder te zien naderen.
M’n wachten gaf ik je mee als gezel
op je tocht doorheen bossen en wateren.
Fluisterzacht je schreden, alsof ze
in het ochtendgras hopen te spelen.
In je komen delen we een lach,
ons stap voor stap van de afstand helend.
Geef me een niets te verliezen
waarin ik me nestelen kan
tot alle kaarten verloren liggen
Geef me de zekerheid van de tweede kus
waar je alle zonde, elke
tekortkoming mee naar binnen zuigt.
Intussen heb je reeds alle paden betreden
en rust je in de schaduw van ons verleden
Je spuugt wat je ooit oplikte
Je braakt telkens je waakt
Je stilstaan is je vlucht
De grootste berg verleent me de diepste val.
Hoe ver m’n ogen ook reiken, nooit zullen ze je bereiken.
Toch sluit ik ze pas als ze enkel nog kunnen staren,
dromend van een oord waar in stilte drijven
aanvoelt als ongedwongen varen.
RV39
om je van verder te zien naderen.
M’n wachten gaf ik je mee als gezel
op je tocht doorheen bossen en wateren.
Fluisterzacht je schreden, alsof ze
in het ochtendgras hopen te spelen.
In je komen delen we een lach,
ons stap voor stap van de afstand helend.
Geef me een niets te verliezen
waarin ik me nestelen kan
tot alle kaarten verloren liggen
Geef me de zekerheid van de tweede kus
waar je alle zonde, elke
tekortkoming mee naar binnen zuigt.
Intussen heb je reeds alle paden betreden
en rust je in de schaduw van ons verleden
Je spuugt wat je ooit oplikte
Je braakt telkens je waakt
Je stilstaan is je vlucht
De grootste berg verleent me de diepste val.
Hoe ver m’n ogen ook reiken, nooit zullen ze je bereiken.
Toch sluit ik ze pas als ze enkel nog kunnen staren,
dromend van een oord waar in stilte drijven
aanvoelt als ongedwongen varen.
RV39
Abonneren op:
Reacties (Atom)