Populaire berichten

dinsdag 6 september 2011

De maan

Ik denk : "Ik verlig m'n hele, scheurende leven
onder een laken van glansloos glazuur.
Anders kon ik haar licht wel zien;
Becirkeld over haar littekens, het hellevuur."

Ze groet me met natte borst
die haar zachte voetsporen
over m'n handendal druipen
de kroon op het werk: zoetheid en dorst.

Ik honger haar op,
Plaats haar handen in m'n haar
Zorgeloos over m'n zachte vlees bekommerd:
rafelend, het kleed der licht dat ze draagt.

Even, guur als warmte kan zijn,
Vreet de snoodaard haar op.
Als noodzakelijk vermaak
grijnst de zon haar toe: het genadeschot.

RV39

Vleugels

Ik verrijkte je hand met vleugels.
Zo ging ie in z'n strelen zweven.
Bereikte de bodem van je spreuken.
Met hen kon je me het slapen geven.

Zo verbloemd je woorden,
zo verzoenend ons gesprek.
Zo verstaanbaar je gezegden,
zo verstaand m'n oor te luisteren.

Gedrengd in al waar we van droomden,
leeft heden met ons het beest.
Rillend nat, de ontgoocheling brakend,
over al wat nooit echt is geweest.


RV39
06-09-2011