De stilte.
Je draagt ze als deken.
Ze houdt je warm,
tot 's ochtends de zon je ogen vindt.
De dag doet honger en dorst verslaan.
Z'n vloed likt je tenen.
Elkaar vleiend, hand in hand,
ons de zinnen strelend.
Ik bouw m'n huis op je erf,
zodat je rondom me woont.
Grazend aan je lippen
is 't de ziel die zich ontbloot.
Waar ogen sluiten, openen de handen.
Waar je bloed stroomt, ruist het verlangen.
Waar je stappen staan, veegt de branding.
De stilte,
ze ademt met ons mee,
onzichtbaar omarmend,
behuist ze ons prieel.
RV39
Mooi RV, echt waar!
BeantwoordenVerwijderenDoor het gebruik van je woorden en zinnen kan men het zich het verhaal inbeelden. Hier en daar rijmende woorden maken er een mooi geheel van.
BeantwoordenVerwijderen