Je te dragen
doorheen dagen als in zwanger zijn.
We leven verstrengeld
met ons leeft zondig de schijn.
Je te raken
met m'n woorden waarop je oor te slapen.
Je leunt tegen ze aan,
de kleffe lucht als tegenlicht.
Je te vragen
je aan de voeten klevend
Je serveert de schotel waaraan de toekomst vreet.
droge fonteinen op het doorregende plein.
Je te wraken
om de sleutel die je onder de deurmat liet
Voor al die bij ons wilde zijn.
de dorpel die dorpelingen verleidt.
Je te maken
vingerpopje van papier.
Je leeft door mijn strelen.
jouw lach is een teken aan mijn wand.
Je te smaken
taal en tong vloeien door mijn lijf
Godin die aan me lurkt
je blijft een droom in mij.
RV
39
Geen opmerkingen:
Een reactie posten