Ik kuste je waar de horizon je ooghoek raakt
de last van de dag gaf ik aan je traan.
Je las het schrift van m'n hart.
Je dronk de verzen, gaf ze een naam.
Woordenloos omhelzend, de handen schrijvend,
onze hartslag werd de tijd.
De stilte bloeide met onze liefde.
Ze vernielde onze eeuwigheid.
RV39
vrijdag 10 februari 2012
donderdag 29 december 2011
Wensen
Een nieuw jaar. Een nieuwe naam. Een moment van even stilstaan.
Mijn wens voor jou is dan ook dat je elke dag es mag stilstaan bij je leven.
Verwarm je aan elk mooi moment, dompel je in de zachtheid van de tijd.
Neem de warmte op en spreid ze over je omgeving heen.
Omringd door deze zaligheid wordt je levenswandel een zalig zweven.
Deel. Geef. Neem in dank aan wat je krijgt.
Speel. Beleef. Laat af en toe iets aan het toeval over.
Ook wat spontaan ontluikt zal bloeien.
Laat je verrassen. Drink wat het leven schenkt.
Mag deze jaarovergang een stap zijn richting je dromen.
Bouw eraan, steen voor steen het geluk spenend.
Groei. Al moet daar es voor worden gekrompen.
Wees groot in het klein zijn. En bovenal: Houd het fijn.
Het beste voor 2012!
RV39
Mijn wens voor jou is dan ook dat je elke dag es mag stilstaan bij je leven.
Verwarm je aan elk mooi moment, dompel je in de zachtheid van de tijd.
Neem de warmte op en spreid ze over je omgeving heen.
Omringd door deze zaligheid wordt je levenswandel een zalig zweven.
Deel. Geef. Neem in dank aan wat je krijgt.
Speel. Beleef. Laat af en toe iets aan het toeval over.
Ook wat spontaan ontluikt zal bloeien.
Laat je verrassen. Drink wat het leven schenkt.
Mag deze jaarovergang een stap zijn richting je dromen.
Bouw eraan, steen voor steen het geluk spenend.
Groei. Al moet daar es voor worden gekrompen.
Wees groot in het klein zijn. En bovenal: Houd het fijn.
Het beste voor 2012!
RV39
dinsdag 20 december 2011
Naar Gods voorbeeld.
Ik huil ik beweeg ik hoest ik drink.
Ik hoor ik zie ik proef ik voel ik spreek.
Ik preek ik sla en zalf mezelf ik ontleef ik zweef.
Ik groet ik bloed ik ontwroet deze planeet.
Naar Gods voorbeeld strooi ik me in de vleugels van de Engel neer.
Dit leven over het leven gestegen proeft naar meer.
De aarde tussen de tenen ontsnap ik aan m'n eigen benen.
Door muren, bergen. M'n schreden kennen geen wegen.
Ik denk ik weet ik ben ik vergeet.
Ik snars er geen snap van.
Ik wiel de vijfde wagen.
Ik wijs ik verblijd ik krijs ik geeuw.
Naar Gods voorbeeld strooi ik me in de vleugels van de Engel neer.
Dit leven over het leven gestegen proeft naar meer.
Ik hoor ik zie ik proef ik voel ik spreek.
Ik preek ik sla en zalf mezelf ik ontleef ik zweef.
Ik groet ik bloed ik ontwroet deze planeet.
Naar Gods voorbeeld strooi ik me in de vleugels van de Engel neer.
Dit leven over het leven gestegen proeft naar meer.
De aarde tussen de tenen ontsnap ik aan m'n eigen benen.
Door muren, bergen. M'n schreden kennen geen wegen.
Ik denk ik weet ik ben ik vergeet.
Ik snars er geen snap van.
Ik wiel de vijfde wagen.
Ik wijs ik verblijd ik krijs ik geeuw.
Naar Gods voorbeeld strooi ik me in de vleugels van de Engel neer.
Dit leven over het leven gestegen proeft naar meer.
woensdag 7 december 2011
Onrust
Thuiskomst. De toegang sluit zich achter me. Met het slot wordt ook m'n angst vergrendeld. Deze thuis, een leegte. Z'n warmte druipt uit de muren als condensdruppels van een ruit. De kamer huilt met me mee.
Niets beweegt.
Ik schrijf. De ooit versteven lust vindt z'n weg. Ze bevloeit het slorpende papier, dat, eens gedroogd, bedenkelijke rimpels vertoont. Met de drogende inkt damp ook ik naar een andere gedaante. Ik reis naar de grenzen van m'n fantasie.
Niets beweegt.
Ik slaap. Het 'zijn' verlaat me. Enkel de ruis waarin ik adem doet vermoeden dat ik 'ben'. Ik voed m'n hoofd, beladen met de leegte van m'n bestaan. Ik luister. De droom spreekt.
Niets beweegt.
M'n rust is de onrust waarin ik leef.
RV39
dinsdag 29 november 2011
De oude man
Ik beantwoord je vraag naar water
met de korst van m'n stem.
Met trillende hand de kringen rook schrijvend.
De jaren laten wat bezinkt verder drijven.
Een vleug van je adem geeft vleugels.
Gespreid gaan ze strelen
en slaan open tot een vlucht.
't leven wordt pure ontucht.
Je geeft jezelf wat ik niet neem,
vergeeft me om wat ik niet meen.
strevend naar later,
hij grijpt me begrijpend.
Z'n daadkracht: beklijvend.
De jaren laten wat bezinkt verder drijven.
RV39
met de korst van m'n stem.
Met trillende hand de kringen rook schrijvend.
De jaren laten wat bezinkt verder drijven.
Een vleug van je adem geeft vleugels.
Gespreid gaan ze strelen
en slaan open tot een vlucht.
't leven wordt pure ontucht.
Je geeft jezelf wat ik niet neem,
vergeeft me om wat ik niet meen.
strevend naar later,
hij grijpt me begrijpend.
Z'n daadkracht: beklijvend.
De jaren laten wat bezinkt verder drijven.
RV39
donderdag 20 oktober 2011
Onder de linde
Onder de linde te rusten.
Zwervend met de wind door het jonge gras.
Mijmerend naar je woorden,
of, hoe je m'n oren kuste.
Ik neem een loop met de tijd,
denk me over gisteren naar later.
Je vloeit uit m'n lijf,
het ontgiftende water.
De vrieskou brengt een glas geluk
halfvol de halflege draak bezwerend.
Het zuur dat we nooit blusten.
Onder de linde te rusten.
RV39
Zwervend met de wind door het jonge gras.
Mijmerend naar je woorden,
of, hoe je m'n oren kuste.
Ik neem een loop met de tijd,
denk me over gisteren naar later.
Je vloeit uit m'n lijf,
het ontgiftende water.
De vrieskou brengt een glas geluk
halfvol de halflege draak bezwerend.
Het zuur dat we nooit blusten.
Onder de linde te rusten.
RV39
woensdag 12 oktober 2011
Deze duin
Vanop deze duin heb ik je meermaals geschreven.
De pen, zingend met de zee.
Wiegend het helmgras bevelend.
Het eindeloze uitzicht heb ik een blad gegeven.
Ik streek er je wilde haren
met de glans van de zon in je ogen.
Proefde er je zoute huid,
waar ik elke parel vanaf heb gezogen.
's Avonds, onder de naakte maan
rolde ik naar de voet,
om van beneden, jij op je sokkel,
te streven naar je gloed.
Deze duin is waar ik je houd.
Waar ik op wandel doorheen dit liederlijke leven
al reizende rijzen kan.
Je maakt me wijzer, in eenvoud.
Deze duin is waar ik je houd.
RV39
De pen, zingend met de zee.
Wiegend het helmgras bevelend.
Het eindeloze uitzicht heb ik een blad gegeven.
Ik streek er je wilde haren
met de glans van de zon in je ogen.
Proefde er je zoute huid,
waar ik elke parel vanaf heb gezogen.
's Avonds, onder de naakte maan
rolde ik naar de voet,
om van beneden, jij op je sokkel,
te streven naar je gloed.
Deze duin is waar ik je houd.
Waar ik op wandel doorheen dit liederlijke leven
al reizende rijzen kan.
Je maakt me wijzer, in eenvoud.
Deze duin is waar ik je houd.
RV39
Abonneren op:
Posts (Atom)