Gesloten je ogen telkens je me ontvlucht,
alsof je niet weten wilt waarheen te gaan
dan daar waar je gedachte je leidt.
Vervlogen, telkens je beeld,
dat steeds, na het vertellen van m'n leer,
de deurpost van je aanblik heelt.
Ik sluit de deur achter je aan
na het snuiven van de lucht,
achtergelaten door het waaien van je vlucht.
Spijt heb ik niet,
want je telkens verhuild,
begraaf ik het gemis in de diepte van een kuil.
RV39
Geen opmerkingen:
Een reactie posten