Je ogen. Ze staan als rozenvensters in je kathedraal.
Op het vertrouwen in hen zullen we bouwen.
Ik aanhoor hoe ze in koor zingen gaan, samen met je lach.
Hij lijkt uit verlegenheid geboren,
hij lijkt uit je irissen diamanten te houwen.
's Nachts wuif je me toe in m'n dromen
om elke ochtend met me op te staan.
Je bent de gezel die me rust aanjaagt.
Ik voel de vrede in de palm van je hand
en bid je elke dag de weg naar het geluk in te slaan.
M'n wereld heb ik van jou geleerd.
Ginds, in de branding van de tijd.
M'n oren tegen je woorden leunend.
Doch, m'n wereld ligt verzonken,
dit alles ten spijt.
rv39
Geen opmerkingen:
Een reactie posten