De grootste berg beklom ik
om je van verder te zien naderen.
M’n wachten gaf ik je mee als gezel
op je tocht doorheen bossen en wateren.
Fluisterzacht je schreden, alsof ze
in het ochtendgras hopen te spelen.
In je komen delen we een lach,
ons stap voor stap van de afstand helend.
Geef me een niets te verliezen
waarin ik me nestelen kan
tot alle kaarten verloren liggen
Geef me de zekerheid van de tweede kus
waar je alle zonde, elke
tekortkoming mee naar binnen zuigt.
Intussen heb je reeds alle paden betreden
en rust je in de schaduw van ons verleden
Je spuugt wat je ooit oplikte
Je braakt telkens je waakt
Je stilstaan is je vlucht
De grootste berg verleent me de diepste val.
Hoe ver m’n ogen ook reiken, nooit zullen ze je bereiken.
Toch sluit ik ze pas als ze enkel nog kunnen staren,
dromend van een oord waar in stilte drijven
aanvoelt als ongedwongen varen.
RV39
Geen opmerkingen:
Een reactie posten