Ze danste zich bij me binnen.
Ik gaf het een kans.
In mij zweeft wat anders verloren gaat.
Ik wentel me in de nacht, om haar.
Zet me naast haar zachte zinnen.
We delen een hand,
waarin ons vuurtje laait.
Het stof op onze jas waait op.
Het verdwaalt in de zaal
tot het tegen de lamp verbrandt.
We geven wat we kunnen.
Geven in en om elkaar.
We spreken zonder te zeggen.
Onze blikken lachen vaak.
Leven is het gulle gunnen.
RV39
Geen opmerkingen:
Een reactie posten