Liefde vraagt offers. Zoals bergen nood hebben aan dalen om op te rusten, rust de liefde op tegenslag en ontgoocheling. De ware kracht van dit gevoel, van deze onovertroffen energiebron, ligt in de spanning die het onttrekken aan de laagtes met zich meebrengt. Zoals de berg kraakt en worstelt, scheurt en splijt om met z’n kruin de hemel te kussen, vecht ook de liefde zich een baan naar de opperste verlichting. Hij of zij die het wroeten schuwt, vloeit spoedig verbrokkeld en geërodeerd naar zee. Het tranendal der geslagenen. De soep der vernedering, alwaar enkel de beste stukjes nog kunnen dienen als voeding voor de bouwenden.
Soms droom ik er wel eens van om in de woeste baren van deze ellendige vergeetput te belanden. Zwemmend alle viezigheid van de mij omsluitende wateren in me op te nemen en onder de deken van de anonimiteit, in het herzuiverde water, een klein eilandje hemelwaarts te stuwen. Een klein, gezellig warm paradijsje, een zonnige plek met plaats voor twee, waar honger en dorst worden gelaafd met vondsten uit de ons omringende zee. Zo wordt ook die miezerige poel minder diep, wordt het eiland in puurheid gedoopt. De wereld verschoont. Geen berg hoeft m’n geluk te wezen. Een klein, geborgen eiland, rustend tussen offer en geluk is mijn ultieme droom.
Rv39
Geen opmerkingen:
Een reactie posten