Ik beletter de kalk aan mijn plafond
met de tegels van de tijd.
Kijk terug naar hoe ik m'n jeugd verslond.
De vraatzucht, heden belegen in spijt.
Doch, het tranen heeft niks weggespoeld,
geen katten verbannen van honden.
Enkel duizenden bedden, ik woel,
schreeuw uit miljoenen gravende wonden.
Later, want nu hoor ik niet,
zal ik zelfs mezelf verstaan
en me strelen aan m'n huid zo bitter
dat ik m'n eigen weg zal gaan.
RV39
Geen opmerkingen:
Een reactie posten