In jou steeds die wasem,
de waas waaraan ik me warm.
De pleister om de zuilen,
het steunt de ziel en omarmt.
Je spreekt traag vandaag,
loom je letters tellend.
Je spreekt raak vandaag,
je tong smelt in de omklemming.
In jou steeds die wasem,
de zucht als in slapen.
Je bent de harlekijn
waaraan de dromen zich vergapen.
Je spreekt vaag vandaag,
alsof je in de zon verdwijnt.
Je spreekt graag vandaag,
je bent meer dan schone schijn.
In jou steeds die wasem.
Eb en vloed spoelen je woorden.
Je geeuw gaapt als de fles,
wiens echo we galmend horen.
RV39
(y)
BeantwoordenVerwijderen