Raven in schapentooi leggen aan.
Net nu ik je in de ogen kijk,
De gewraakte afstandsnoten eruit etend.
Het moment laat begaan
Ik geef je de pen waaraan je gelijkt
Waarmee je vleit
Dodemansverhalen stop je ermee
In zondags kledij.
De ogen reeds afgewend,
Onderga ik nu het krijsen.
Je braakt hun krengen.
Het veredelde serpent.
Nu je m’n schrijven werd aangereikt
En roversduister valt over alle staten,
Staat hoog in het firmament
Fluisterend, de inkt die je heeft verleid.
Rv39
Geen opmerkingen:
Een reactie posten