Ik waad doorheen je wateren
Eromheen de barokke gaanderijen
Als wil je de parel omkronen.
De baai van de lust.
Ginds, in de kroon om de vloed
Vloeien tongen in elkaar.
Onder het oog van de Heilige,
Hunner grotte volgelopen
Hoe vermanender de sacrale hand,
Hoe losser de zeden
Ze pompen met de zee
Ze verhitten met de zon
Uit hun sidderen en klotsen
Moet hun samenzijn blijken.
Als de meeuwen in hun krijsende vlucht
Pikkend wat ze aan hun lijf kunnen rijgen
RV39
Geen opmerkingen:
Een reactie posten