zondag 17 mei 2015

Een glas water

Een glas water. Meer vraag ik niet.
Helder. Het vergeet je verdriet.
Samen drinken spoelt onze wonden.
Samen bloeden maakt ons verbonden.

We sluipen samen door het woud.
Op jacht naar andere dagen.
Gegrond, de aarde ligt koud. Klevend.
Kille rovers die onze dromen dragen.

Ik heb het vinden van jou geleerd,
prinses die me grijnzend bereed.
We graven onder onze voeten naar meer.
Draaien de kluiten in ons kleed.

Een glas water blust onze brandende mond,
dompelt onze vragen,
verbleekt wat onze ogen donker maakt.
Met en in jou heb ik mijn dorst gelaafd.

RV39

donderdag 14 mei 2015

Groeien

Heb ik je reeds verteld over de dagen van groeien?

Hoe groter ik leefde, bewoog, speelde,
hoe kleiner mijn woorden.
Ik groeide in mijn denken.
Snoeide met de kanker die m'n spreken doorboorde.

Spoedig ben je verloren. Spoedig leg je het leven
naast de afwasborstel in het naschuimende aanrecht.
Riekend naar vergeten vet en rommelige struiken.
Je sluipt naar de dood, pleegt voor onze ogen je eigen moord.

Toch is het gezellig.
Het is enig bij jou te zijn.

Brandweerman. Je blust je eigen hoop.
Delver van de put waarin je rusten moet.
Brancardier. Je draagt je dagen weg.
Brigadier, olifantenrijder, schrijver, eglantier.

Held van dit uur. In je zog de tranen van de menigte.
Ze schreeuwen om jou, plooien de rug in rouw.
Je gaf ons vragen om te eten en braakte die terug in ons leven.
Antwoorden als kolen groeiend, onmogelijk te verteren.

Jij die gaat, wij die je stappen tellen.
Vergeten plaatsen zijn er niet.
Je voeten planten de dauw op onze wimpers.
Onze gedachten strijken neer, verdorde vlinders.

We luisteren naar je reizen, je paradijs, je vertellen.
We wentelen om je graf. Kleven in het zand.
Druipen in de hooikoorts die je dodenkrans ons gaf.
De steen wordt stof en kruidt onze lach.

Het kruis heeft op je kruin zijn nest gebouwd,
Is je aan het bebroeden.
We vliegen onbehouwen verder, gebeeldhouwde herder.
Je blijft vervagend de afgebladderde kudde hoeden.

Het grazen is de vader van het nieuwe groeien.

RV39


woensdag 13 mei 2015

Jouw spreken

Je bent een tong met mooie woorden
die steeds in het avondzicht zachtjes aan m'n oren likt.
Je stem reikt z'n vingers, streelt me in het rond,
is de dag die plots zingen gaat.
Je stem is overal en nergens, een verloren god die zalft en slaat.

Ik drink

Liefde is een meetlint

Ik kus je thuis. Onder de trap.
Het is op weg naar weg zijn.
Je bent lang. Een leven lang.
En slank. Je sluipt doorheen mijn aderen.

Ik neem je. Onder de loupe.
Ik wandel doorheen je poriën.
Vertoef op je huid. Zachtjes schuren.
Je woelt en ik voel.

Ik meet je op. Liefde is een meetlint.
We verstrengelen tot een kind.
Een nieuwe dag. Een kleine zon.
Je bent het licht dat om me ligt.

Ik lach om hoe het begon.
Ik kus je thuis. Onder de trap.
Het is op weg naar weg zijn.
Je bent lang. Een leven lang.


RV39

donderdag 16 oktober 2014

Je blijft een droom

Je te dragen
doorheen dagen als in zwanger zijn.
We leven verstrengeld
met ons leeft zondig de schijn.

Je te raken
met m'n woorden waarop je oor te slapen.
Je leunt tegen ze aan,
de kleffe lucht als tegenlicht.

Je te vragen
je aan de voeten klevend
Je serveert de schotel waaraan de toekomst vreet.
droge fonteinen op het doorregende plein.

Je te wraken
om de sleutel die je onder de deurmat liet
Voor al die bij ons wilde zijn.
de dorpel die dorpelingen verleidt.

Je te maken
vingerpopje van papier.
Je leeft door mijn strelen.
jouw lach is een teken aan mijn wand.

Je te smaken
taal en tong vloeien door mijn lijf
Godin die aan me lurkt
je blijft een droom in mij.

RV
39

Alleen

Ik wandel over de zee.
Alleen.
Rijzend en dalend over golven.
Het schuim weekt m'n bleke kuiten.
Sereen.
Marmeren koppen waar ik over moet.
De horizon als vangnet.
Je weent.
Het zoute zonlicht kleeft je snoet.
Het weekt m'n bleke kuiten.
Alleen.
Wandel je over de zee.

RV39



donderdag 11 september 2014

Vacuüm

De ruimte tussen ons beweegt.
Een vacuüm waarin ons grijpen z'n netten weeft.
"Ik hou van jou" bleekt je lippen.
De kou smeekt de zon om z'n aanbidding.

We omhelzen. Kussen waar we slijmerig slapen.
We behelzen onze smacht in alle macht.
In dromen eten we de vrucht waar we ons overdag aan vergapen.
De dag heeft ons weinig gebracht.

Jij en ik. Gezellig. Gedempt. Het is dit.
We smeken de toekomst om halve dagen.
Beter komt na goed. Dit is wat moet.
Na het vele wachten hebben we niks te vragen.

De voeten dragen veel aarde.
De handen likken het bloed.
De uren stijgen per minuut in waarde.
De zee stuurt haar verwoestende vloed.

De ruimte tussen ons beweegt.

RV39