Met geslepen messen tussen de tanden, gepolijst door de dagen.
Over de akkers waait z'n stem, het onderdrukte schreeuwen,
de frequentie die z'n lied tot het geslagen addergebroed zal dragen.
De tijd neemt z'n zang, de roep naar stilte die hem omarmt.
In z'n vage doen en denken, z'n schuivende bewegen,
leeft de meester die z'n leerlingen kneedt.
Hij leert ons als geen ander dat muziek de woorden ontleent.
Hij weert wie hem deert, hij bezweert wie hem begeert.
De weelde van de dagen die hij verliet,
ze vervaagt, hij draagt het in z'n lied.
Hard van geweten, hij draagt z'n weke hart.
Lucien strijdt te velde, ten onder gaat hij niet.
RV39
maandag 27 mei 2013
maandag 5 november 2012
Hard water.
De wagen duwt z'n trekker niet.
De sleep veegt geen land.
De hardheid van het water
schuurt de zwakke hand.
Ook morgen scheert de zon ons kaal,
plukt de wind onze vruchten.
De doe-al zal ten onder gaan
in z'n luie zittend zuchten.
Rust niet, teler van de akker,
wroet in uw aardse zijn.
Speel met de borsten van Moeder Natuur,
haar melkzuur is je zwijm.
Zie, je botert aan,
de etterende cyste waarin je bewaart.
Het lachen zal voor later zijn.
Een bulderende kroost zonder venijn.
De wagen duwt z'n trekker niet.
De sleep veegt geen land.
Jij bent het ontharde water
druppend vleiend in het bad van m'n hand.
RV39
De sleep veegt geen land.
De hardheid van het water
schuurt de zwakke hand.
Ook morgen scheert de zon ons kaal,
plukt de wind onze vruchten.
De doe-al zal ten onder gaan
in z'n luie zittend zuchten.
Rust niet, teler van de akker,
wroet in uw aardse zijn.
Speel met de borsten van Moeder Natuur,
haar melkzuur is je zwijm.
Zie, je botert aan,
de etterende cyste waarin je bewaart.
Het lachen zal voor later zijn.
Een bulderende kroost zonder venijn.
De wagen duwt z'n trekker niet.
De sleep veegt geen land.
Jij bent het ontharde water
druppend vleiend in het bad van m'n hand.
RV39
dinsdag 30 oktober 2012
Land van hier
De ochtend brengt wel vaker raad.
Het openen van de ogen.
Ik werp wederom de verstikkende deken,
slorp de hitte naar m'n aderen.
De maagd onder m'n balkon,
glazuren huid, rozig in het ochtendlicht.
Haar zucht is m'n naam.
Haar tucht haar faam.
We keuvelen naar de middag,
voeden elkaar onze woorden.
Ik lepel haar de schoonheid toe,
zij mij de vreugde van haar gloed.
We luieren de dag in slaap,
vleien ons in een welterusten.
M'n adem waait in jou.
Het leven waaraan ik je houd.
Land van hier, berg me op,
Sleep me weg vanop je wrokkige kusten.
Het zand glijdt doorheen m'n bedelende hand,
over m'n klauwig lichaam dat eindelijk zal rusten.
RV39
Het openen van de ogen.
Ik werp wederom de verstikkende deken,
slorp de hitte naar m'n aderen.
De maagd onder m'n balkon,
glazuren huid, rozig in het ochtendlicht.
Haar zucht is m'n naam.
Haar tucht haar faam.
We keuvelen naar de middag,
voeden elkaar onze woorden.
Ik lepel haar de schoonheid toe,
zij mij de vreugde van haar gloed.
We luieren de dag in slaap,
vleien ons in een welterusten.
M'n adem waait in jou.
Het leven waaraan ik je houd.
Land van hier, berg me op,
Sleep me weg vanop je wrokkige kusten.
Het zand glijdt doorheen m'n bedelende hand,
over m'n klauwig lichaam dat eindelijk zal rusten.
RV39
donderdag 4 oktober 2012
Kaarslicht
In de schelp van je handen
te rusten, de bescherming van hun omranden.
Ik, de nachtvlinder, zoek het kaarslicht
alwaar m'n dwalen weg kan branden.
Neergestreken over je palmen
zal m'n gefluister je omarmen
als de bries in z'n effenen van de lucht
bevriezen m'n woorden in een zucht
Van jou zal ik niet wijken
zolang je ogen me hun kaarslicht reiken.
RV39
te rusten, de bescherming van hun omranden.
Ik, de nachtvlinder, zoek het kaarslicht
alwaar m'n dwalen weg kan branden.
Neergestreken over je palmen
zal m'n gefluister je omarmen
als de bries in z'n effenen van de lucht
bevriezen m'n woorden in een zucht
Van jou zal ik niet wijken
zolang je ogen me hun kaarslicht reiken.
RV39
zaterdag 29 september 2012
Hoog van de toren
Deze tuin met z'n verwilderde ogen
huilt z'n gouden regen over m'n kassen.
Een omarming als de golf
die me zwelgend, brekend af gaat tasten.
De rust druist in deze avond
de aardse rust die de krekels draagt.
In deze droom neem ik je mee
Ik wandel je doorheen het dun uitgestrooide licht
als over rozenblaadjes die ons in deze huwelijksnacht
op weg naar het altaar vergezellen.
Jouw hand in de mijne
huid om huid
huid over huid
Woorden spreken je ogen uit.
Ik weet nog exact wat je me vertelde,
ginds, fluisterend met de avondbries
Ik week uit de standvastigheid
Toen je me er hoog van de toren blies.
RV39
(het blazen is een hulde aan John van Maureen)
huilt z'n gouden regen over m'n kassen.
Een omarming als de golf
die me zwelgend, brekend af gaat tasten.
De rust druist in deze avond
de aardse rust die de krekels draagt.
In deze droom neem ik je mee
Ik wandel je doorheen het dun uitgestrooide licht
als over rozenblaadjes die ons in deze huwelijksnacht
op weg naar het altaar vergezellen.
Jouw hand in de mijne
huid om huid
huid over huid
Woorden spreken je ogen uit.
Ik weet nog exact wat je me vertelde,
ginds, fluisterend met de avondbries
Ik week uit de standvastigheid
Toen je me er hoog van de toren blies.
RV39
(het blazen is een hulde aan John van Maureen)
vrijdag 28 september 2012
Herfstblad
Hoe breekbaar ik in haar hand lag,
als een dor herfstblad te kreunen, steunen
knisperend wachtend op het vernietigende geknijp .
De levenslijn aftastend, de weg naar het eind.
Haar huilen heeft het najaar ingezet.
De tranen hebben de zonnewarmte gedrenkt.
Als stuiptrekkingen, zo delen we nog het bed
de ogen dof, het glas dat weemoed schenkt.
Toch, m'n hart neemt steeds de vlucht naar het hare
het zingt in vele toonaarden
Haar schoonheid huist nog steeds onderhuids,
de liefde waar we ons beiden in schaarden.
Nooit zal ik smeken gaan
nimmer zal ik knielen,
want waar warmte in zachtheid heerst
tiert welig het bezielen.
RV39
als een dor herfstblad te kreunen, steunen
knisperend wachtend op het vernietigende geknijp .
De levenslijn aftastend, de weg naar het eind.
Haar huilen heeft het najaar ingezet.
De tranen hebben de zonnewarmte gedrenkt.
Als stuiptrekkingen, zo delen we nog het bed
de ogen dof, het glas dat weemoed schenkt.
Toch, m'n hart neemt steeds de vlucht naar het hare
het zingt in vele toonaarden
Haar schoonheid huist nog steeds onderhuids,
de liefde waar we ons beiden in schaarden.
Nooit zal ik smeken gaan
nimmer zal ik knielen,
want waar warmte in zachtheid heerst
tiert welig het bezielen.
RV39
donderdag 5 juli 2012
De jaren
De jaren vergaren het stof op m'n jas,
gestreken de zorgenrimpels toedekkend.
Ik vlei me bij jou,
ik speel met de tijd.
Je verliezen zou schreeuwen zijn,
je betekent de rust in mij.
Je spoor leidt me de dag uit,
zingend aan je hals
reikend naar dat nest
waar m'n kin in past.
De jaren vergaren het stof op m'n jas,
zodat je afdruk zichtbaar wordt.
Ik ken je verhaal,
ik heel nu de tijd.
Je vergeten zou zondig zijn,
je betekent de eeuwigheid.
Je druppelt de regen uit,
schuilt onder m'n balkon
je serenade weerklinkt
onder de weerkerende zon.
RV39
gestreken de zorgenrimpels toedekkend.
Ik vlei me bij jou,
ik speel met de tijd.
Je verliezen zou schreeuwen zijn,
je betekent de rust in mij.
Je spoor leidt me de dag uit,
zingend aan je hals
reikend naar dat nest
waar m'n kin in past.
De jaren vergaren het stof op m'n jas,
zodat je afdruk zichtbaar wordt.
Ik ken je verhaal,
ik heel nu de tijd.
Je vergeten zou zondig zijn,
je betekent de eeuwigheid.
Je druppelt de regen uit,
schuilt onder m'n balkon
je serenade weerklinkt
onder de weerkerende zon.
RV39
Abonneren op:
Posts (Atom)